Identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen: Wet en Protocol

Identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen: Wet en Protocol

Invoering Wet en Protocol op de Identiteitsvaststelling (IWPI)

De justitiële ketenpartners (onder andere OM, ZM, DJI, politie, 3RO, Raad voor de Kinderbescherming en Koninklijke Marechaussee) vinden het belangrijk om (meer) zekerheid te hebben over de juiste identiteit van daders en verdachten. Dit om identiteitsfraude tegen te gaan. Om deze reden is de nieuwe Wet Identiteitsvaststelling ontwikkeld. Die is in juli 2009 gepubliceerd in de Staatscourant. Met ingang van 1 oktober 2010 werd deze wet ingevoerd.

De wet op de identiteitsvaststelling in het kort

De essentie van de wet is dat de identiteit van verdachten zo zorgvuldig mogelijk wordt vastgesteld. Deze gegevens worden op verschillende momenten in het strafrechtproces geverifieerd. Voor delicten waarbij voorlopige hechtenis is toegestaan, gebeurt dit met het identiteitsbewijs, een digitale foto en vingerafdrukken.

Strafrechtsketennummer

De nieuwe wet introduceert het strafrechtsketennummer (SKN) en de strafrechtsketendatabank (SKDB). De SKDB is de opvolger van de huidige Verwijsindex Personen (VIP), het SKN vervangt het huidige VIP-nummer.

Protocol identiteitsvaststelling

Gekoppeld aan de nieuwe wet is een protocol opgesteld. Daarin staat welke taken de ketenpartners moeten uitvoeren. In het kort komt het erop neer dat de politie en marechaussee de identiteit vaststellen. De overige partijen zijn verantwoordelijk voor de verificatie hiervan. Het protocol gaat er onder meer vanuit dat ketenpartners (o.a. politie en justitie) informatie met betrekking tot de identiteit van personen met elkaar delen in plaats van deze ieder voor zich te houden en daarmee te dupliceren.