Matching en de opvolging daarvan

Matching en de opvolging daarvan

Elke verdachte krijgt ingevolge de WIVVG één – en niet meer dan één – SKN. Het SKN is de kapstok voor de identificerende persoonsgegevens in de SKDB (en het vingerafdrukkenbestand) en de sleutel tot de gegevens in de bestanden van de strafrechtsketen. Aan een SKN kunnen echter uiteenlopende sets van identificerende persoonsgegevens hangen. Immers, de identiteit van een verdachte of veroordeelde wordt op verschillende momenten vastgesteld, hetzij binnen één traject (naar aanleiding van één en hetzelfde strafbaar feit) of binnen meer dan één traject (naar aanleiding van verschillende strafbare feiten).

Ook kan het voorkomen dat niet voldoende uitsluitsel kan worden verkregen over de juistheid van gegevens of dat op eenzelfde contactmoment diverse onderling niet consistente gegevenselementen betreffende de identiteit van de betrokkene worden verzameld. Bijvoorbeeld: er wordt een verschil geconstateerd tussen de eigen opgave van de verdachte en/of een door hem overgelegd of bij hem aangetroffen identiteitsdocument en/of de personalia die over hem eerder zijn vastgelegd in het vingerafdrukkenbestand. En ten slotte kunnen verschillende functionarissen of organisaties onder omstandigheden verschillend oordelen over de juistheid, betrouwbaarheid en/of actualiteit van een of meer gegevens.

In alle gevallen worden de sets van identificerende gegevens opgenomen in de SKDB. In de SKDB wordt tevens vastgelegd:


-op welke gegevens de ID-vaststelling is gebaseerd; alle vanuit de betrokkene verzamelde gegevens of gegevenselementen worden vastgelegd, ook al zijn deze eventueel onderling niet consistent;


-waar, wanneer en door wie de ID-vaststelling is uitgevoerd.

Nieuw aangeboden sets worden vergeleken met reeds geregistreerde sets (= matching). In de meeste gevallen zal een van de sets gegevens door de Matching Autoriteit worden aangemerkt als leidend. Dit oordeel berust op de resultaten van het door de opsporingsambtenaar uitgevoerde identiteitsonderzoek, waar nodig aangevuld met eigen administratief onderzoek door de Justitiële Informatiedienst.

De ketenpartijen die zijn aangesloten op de SKDB en uit deze databank gegevens ontvangen, gebruiken in hun primaire (strafrechtelijke) processen de set van gegevens die in de SKDB bij het desbetreffende SKN als leidend is aangemerkt (de "Leidende Administratieve Identiteit", LAI). Als zij de desbetreffende gegevens overnemen of hebben overgenomen in hun eigen bestanden, volgen zij het oordeel van de Matching Autoriteit en passen zij hun bestanden aan. Dit kan geautomatiseerd dan wel handmatig worden gedaan. Iedere ketenpartner stelt hiervoor procedures op en wijst functionarissen aan die bevoegd zijn de eventuele aanpassingen door te voeren in de bestanden. De oorspronkelijke, afwijkende gegevens worden in de SKDB voor de historie bewaard.

Sluitstuk van het stelsel van afspraken is dat geen enkele partij of functionaris in de keten zelfstandig personalia van verdachten of veroordeelden in (eigen of gezamenlijke) bestanden wijzigt buiten de Matching Autoriteit om. De betrokken organisaties verankeren dit op beveiligingstechnisch niveau. Dit wil zeggen dat zij de mogelijkheid voor het aanbrengen van wijzigingen uitsluiten of beperken voor de lokale gebruikers. Voor het doorvoeren van wijzigingen door de Justitiële Informatiedienst zelf geldt het "vier-ogen principe". Dit wil zeggen dat wijzigingen niet door één medewerker alleen kunnen worden doorgevoerd. Alle bewerkingen worden gelogd. De dossiers worden steekproefsgewijs gecontroleerd door een senior-medewerker. De loggingbestanden worden periodiek gecontroleerd door een leidinggevende.