European Criminal Records Information System (ECRIS)

Naast het aanwijzen van een Centrale Autoriteit ontplooide de Europese Commissie initiatieven voor structurele maatregelen. Eén Europees strafregister bleek al snel niet haalbaar. Daarom werd besloten om de nationale strafregisters per lidstaat te handhaven en in een netwerk op te nemen, waarbij de strafrechtelijke gegevens elektronisch tussen de EU-lidstaten worden uitgewisseld. In dit concept blijft het uitgangspunt dat een lidstaat beschikt over het volledige strafrechtelijke beeld van hun onderdanen, ofwel van veroordelingen van personen met de betreffende nationaliteit.

De juridische uitwerking van dit concept is in 2009 vastgelegd in de oprichting van het European Criminal Records Information System (ECRIS). Een geautomatiseerd systeem voor de uitwisseling van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen tussen de lidstaten op te bouwen en te ontwikkelen. 

ECRIS uitwisseling

Om ECRIS volledig tot z'n recht te laten komen is deelname door alle EU-lidstaten noodzakelijk. Inmiddels is een groot aantal landen operationeel. Stap voor stap zijn we op (de goede) weg om ECRIS in volle omvang te laten draaien. Aansluitend wordt de problematiek van de zgn. ‘Third Country Nationals’ nader uitgewerkt. Het gaat hier om personen met de nationaliteit van een land niet behorend tot de Europese Unie. Daarmee komt ook informatie beschikbaar van strafrechtelijke veroordelingen die met betrekking tot deze doelgroep binnen Europa zijn uitgesproken.

Daarnaast bestaan de ‘bilaterale’ verdragen, zoals met Zwitserland, Turkije en Marokko. De uitwisseling op basis van deze verdragen is veelal beperkt tot strafrechtelijke doeleinden.

Wat vooraf ging aan ECRIS

Vooruitlopend op de realisatie van ECRIS sloten België, Duitsland, Frankrijk en Spanje al op 4 april 2005 een overeenkomst om te komen tot een elektronische uitwisseling van strafbladen en andere documentatie over criminaliteit. In dit pilot-project ‘Network of Judicial Registers (NJR)’ werd een eerste concept nader uitgewerkt en de haalbaarheid daarvan in de praktijk getoetst. De andere EU-lidstaten waren vrij om aan te haken aan dit initiatief. Vanaf 2007 participeert ook Nederland in dit NJR-project en samen met onze ‘coach’ België hebben we een bijdrage geleverd aan het initiatief van de Europese Commissie om door IBM Belgium een NJR Reference Implementation (NJR-RI), een uniforme interface naar het sTesta-netwerk, te realiseren. Een eerste versie van deze NJR-RI is eind 2009 opgeleverd.

ECRIS-RI

Op basis van de ‘lessons learned’ heeft de Europese Commissie begin 2011 besloten de samenwerking met IBM Belgium te beëindigen en een nieuwe ECRIS-RI door het iLICONN consortium (Bilbomatica – Intrasoft – Unisys) te laten ontwikkelen. In het verlengde hiervan zijn natuurlijk ook de noodzakelijke aanpassingen aan het Justitieel DocumentatieSysteem (JDS) gerealiseerd.

Op vrijdag 27 april 2012 heeft de Justitiële Informatiedienst, afdeling Justitiële Documentatie & Informatiebeheer de ECRIS-Reference Implementation in productie genomen. Die dag werden voor het eerst enkele elektronische berichten met Spanje en Denemarken uitgewisseld. De hiervoor noodzakelijke aanpassingen van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens zijn reeds op 1 april 2012 in werking getreden.

Overeenkomstig het NJR-concept is ECRIS geen zelfstandig informatiesysteem, maar een geheel van nationale strafregisters van de EU-lidstaten, die via het sTesta-netwerk onderling verbonden zijn.

De door iLICONN ontwikkelde ECRIS-RI verzorgt niet alleen de communicatie van de belangrijkste berichten die worden onderkend: de ‘notification’ (melding), het ‘request’ (informatieverzoek) en de ‘information’ (overzicht strafrechtelijke gegevens). Maar deze ECRIS-RI is ook de interface naar het nationale strafregister systeem, voor Nederland dus JDS, of kan door handmatige verwerking van de berichten zo nodig zelfstandig worden gebruikt.